Ruijs de Beerenbrouck, G.L.M.H.
Archiefnummer: 1276
Archiefnaam: RUBE
Sector: Politiek
Soort archief: Persoonsarchief
Datering: 1860-1926
Het archief bevat in hoofdzaak stukken over zijn benoemingen en onderscheidingen.
Voor inzage toestemming aanvragen via de archivaris
Plaatsingslijst en Rubriekenschema (pdf, 1 MB)
Ten geleide
G.L.M.H. Ruijs de Beerenbrouck (1842-1926)
Jonkheer Gustave Lodewijk Marie Hubert Ruijs van Beerenbroek werd op 29 september 1842 in Roermond geboren als zoon van jonkheer Karel Edmond Marie Ruijs van Beerenbroek en jonkvrouw Carolina Maria Bernardina van Aefferden. Hij was de middelste van vijf kinderen en had 2 oudere broers en 2 jongere zussen.
Ruijs stamt uit een Noord-Limburgse regentenfamilie. In 1816 benoemde koning Willem I zijn grootvader, Edmond Jérome Ruijs, in de ridderschap van Limburg, waarbij De Beerenbrouck aan zijn naam werd toegevoegd. Deze titel was afkomstig van zijn vrouw, die vrouwe was van Beerenbrouck. Zowel Edmond Ruijs als zijn zonen bekleedden in die tijd vooraanstaande functies. In 1830 zijn ze waarschijnlijk gaan twijfelen aan hun loyaliteit tegenover de koning, want tijdens de Belgische opstand dat jaar week Edmond Ruijs uit naar het kasteel De Beerenbroek, terwijl zijn twee zonen definitief de kant van België kozen. De oudste zoon, Gustav’s vader, was ook Belg geworden maar in 1839 werd hij als enige weer Nederlander. Dit viel min of meer samen met het feit dat de oostelijke helft van Limburg weer Nederlands grondgebied werd. Al die tijd echter heeft Edmond Ruijs zijn naam consequent op zijn Nederlands, als Ruijs van Beerenbroek, geschreven, terwijl de rest van de familie de naam op zijn Frans schreef, zoals toen de gewoonte was binnen vooraanstaande families.
In 1895 heeft Gustave Ruijs zijn naam en die van zijn vader, postuum, bij vonnis van de rechtbank, laten verbeteren in Ruijs de Beerenbrouck. Daarbij is ook de naam van zijn moeder, postuum, verbeterd van Carolina in Charlotte.
Zijn eerste levensjaren bracht hij door in Roermond, maar na verloop van tijd verhuisde de familie naar Maastricht. Hier bezocht hij de Rijks Lagere School en daarna het Stedelijk Atheneum. Vervolgens vertrok hij in 1860 naar Leiden om er rechten te gaan studeren. In 1865 voltooide hij deze studie door te promoveren tot doctor in zowel het Nederlands als het Romeins recht.
Na zijn opleiding werd hij advocaat in Maastricht. Twee jaar later verhuisde hij naar Roermond waar hij benoemd werd tot substituut-officier bij de rechtbank. In de tussentijd had hij zich verloofd met jonkvrouw Marie Isabelle Louise Ruijs de Beerenbrouck, de dochter van de jongste broer van zijn vader. Hij trouwde met haar op 8 oktober 1872 in Luik. Zij kregen 2 kinderen, een zoon, Charles, die later minister-president wordt [Zie het KDC-archief van C.J.M. Ruijs de Beerenbrouck], en een dochter, Louise Marie.
Naast zijn dagelijks werkzaamheden op de rechtbank was hij lid van de dienstdoende schutterij en lid van de commissie van toezicht op de openbare en bijzondere scholen van lager onderwijs. Deze functies legde hij in 1877 neer omdat hij bij Koninklijk Besluit was benoemd tot rechter bij de rechtbank te Maastricht. Het gezin Ruijs verhuisde terug naar Maastricht. Hij bleef rechter tot 1888, en was in dat jaar ook voor korte tijd vicepresident van de rechtbank. Ook in Maastricht was Ruijs actief op het maatschappelijke vlak. Zo zat hij onder andere in diverse commissies voor het onderwijs, was hij lid van het bestuur van de bank van lening en lid van het College van Regenten van het huis van arrest en bewaring.
Vanaf 1880 was hij lid van zowel de gemeenteraad van Maastricht als van de Tweede Kamer der Staten Generaal, als afgevaardigde van het kiesdistrict Limburg. In 1888 werd hij benoemd tot minister van Justitie in het kabinet Mackay. Als minister werkte hij aan ontwerp van twee wetten. Het betrof de arbeidswet (1889), waarin onder andere een verbod op kinderarbeid was opgenomen en waarbij de arbeidsinspectie werd ingesteld, en de Wapenwet (1890). Beide wetten zijn aangenomen. In 1891 trad de regering af wegens een verkiezingsnederlaag. Nog geen jaar later werd hij weer lid van de Tweede Kamer. In 1893 werd hij door de koningin benoemd tot commissaris van de Koningin in Limburg.
In 1890 werd hij lid van de Raad van Voogdij over koningin Wilhelmina, waardoor hij een goede verstandhouding met zowel de koningin als met de koningin-regentes opbouwde. Ruijs maakte geregeld deel uit van delegaties die namens de koningin buitenlandse vorsten gingen begroeten. In 1903 werd hij door de koningin benoemd tot staatsraad in buitengewone dienst.
Vanwege zijn verslechterende gezondheid vroeg hij in 1918 om ontslag als commissaris van de koningin in Limburg, en werd hij opgevolgd door zijn zoon.
Naast zijn zakelijke en politieke functies is Ruijs ook commissaris en voorzitter bij de Nederlandse Heidemaatschappij geweest. Daarnaast was hij ook lid van het Permanente hof van Arbitrage, lid van het college van Curatoren van de Rijks Landbouw-Hogeschool te Wageningen en voorzitter van de commissie die de fusie tussen de Maatschappij van Landbouw in Limburg en de Limburgse Christelijke Boerenbond tot stand bracht.
Tijdens zijn leven heeft hij diverse buitenlandse onderscheidingen ontvangen, zoals ridderordes uit België, Japan, Pruisen, Rusland. Maar ook van de Koningin en de Paus ontving hij onderscheidingen.
Op 6 februari 1926 stierf hij op het familiekasteel Wolfrath (Born). Hij werd een paar dagen later onder grote belangstelling begraven.
Bronnen:
- Gustave Ruijs de Beerenbroek(1842-1926), commissaris der koningin, 1893-1918 en Charles Ruijs de beerenbroek (1873-1936), commissaris der koningin, mei-augustus 1918 / door G.A.M. Beekelaar. In: De Gouverneurs in beide Limburgen 1815-1989. 1989 blz 264-298
- Ruijs van Beerenbroek, jhr. Gustave Lodewijk Marie Hubert (1842-1926) / G.A.M. Beekelaar, in: Biografisch woordenboek van Nederland, deel 2. 1985. Blz 487; zie: Biografisch portaal van Nederland
- Ruys de Beerenbrouck, G.L.M.H. In: Knipselcollectie KDC
- Archief Gustave Lodewijk Marie Hubert Ruijs de Beerenbrouck
KDC – Knipselcollectie
De knipselcollectie van het KDC bevat naast knipsels uit dag- en weekbladen diverse andere vormen van min of meer losbladige informatie, zoals persberichten van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), overlijdensberichten, fotokopieën uit bio- en bibliografische naslagwerken enz. De knipsels over G.L.M.H. Ruys de Beerenbrouck zijn beschikbaar in de studiezaal van het KDC.